De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal hard gekrompen door de coronacrisis. Het bruto binnenlands product daalde in die periode van drie maanden met 8,5 procent ten opzichte van een kwartaal eerder (Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van een eerste berekening).

Lockdown hakt erin
Dat de klap hard zou zijn, werd al verwacht. Het eerste kwartaal van dit jaar kromp de economie ook, met 1,5 procent, terwijl januari en februari nog goede maanden waren. De cijfers over het tweede kwartaal gaan over de maanden april, mei en juni: twee volle maanden daarvan zat Nederland in een gedeeltelijke lockdown.

Minder uitgaven
Consumenten gaven in het tweede kwartaal 10,4 procent minder uit dan in de eerste drie maanden van 2020 en de investeringen daalden met 12,4 procent. “De uitvoer en invoer van goederen en diensten daalden met respectievelijk 9,8 en 8,3 procent. De overheidsconsumptie tenslotte daalde met 3 procent.”

Lagere productie
Vooral de lagere productie in de bedrijfstak handel, vervoer, horeca en opslag (vooral de horeca en vervoer), in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (met name de uitzend- en reisbureaus) en in de bedrijfstak zorg heeft een groot aandeel in de daling van het bbp. De zorg heeft door uitgestelde en vermeden zorgbehandelingen per saldo minder gezondheids- en zorgdiensten geleverd.

Eurozone
Ten opzichte van andere Europese landen deed Nederland het vooralsnog minder slecht. Zo kromp in Duitsland de economie in het tweede kwartaal 10,1 procent, in Spanje met 18,5 procent en in het Verenigd Koninkrijk met 20,4 procent. Ook was de krimp in Nederland kleiner dan het gemiddelde in de eurozone (12,1 procent volgens Eurostat).

Het CBS meet de economische groei sinds 1987. Tot het afgelopen kwartaal was de krimp van 3,6 procent in het eerste kwartaal van 2009 ten tijde van de financiële crisis de grootste gemeten teruggang.

Bronnen: cbs.nl, nu.nl, europa-nu.nl
Foto: Shutterstock