Het grootste deurwaarderskantoor van Nederland, GGN, staat onder druk van een groep aandeelhouders die uit willen stappen en hun inleg terugeisen. Negentien van de vijfenveertig aandeelhouders, allemaal deurwaarders, willen weg. Maar GGN heeft het financieel moeilijk en beschikt niet over de middelen om hen te betalen.

Bestuursvoorzitter Martin van Loon bevestigt het probleem. Volgens hem zet de situatie ‘een rem op de ontwikkeling van GGN’. Het kantoor, dat in 2009 is ontstaan uit de fusie van een aantal regionale deurwaarderskantoren, kondigde eerder dit jaar een reorganisatie aan. Van de 700 banen verdwijnen er 100, terwijl vijf van de vijftien kantoren worden gesloten.
GGN schrijft de moeilijke financiële situatie toe aan marktomstandigheden. Paul Otter, bestuurder van de beroepsorganisatie van deurwaarders KvBG, bevestigt dat veel deurwaarderskantoren het moeilijk hebben. ‘De omzet loopt terug en het aantal kantoren loopt terug’, zegt hij. Onder andere de verhoging van de griffierechten – het toegangskaartje tot de rechter – hakt in de omzet van de kantoren. Veel schuldeisers vinden een gang naar de rechter – de kerntaak van deurwaarders – te duur.

Tot elkaar veroordeeld
Dat een grote groep aandeelhouders wil vertrekken bij GGN, blijkt uit de jaarrekening 2017. Op de balans staat een bedrag van € 26 mln dat toe te schrijven is aan aandeelhouders die het kantoor vaarwel willen zeggen. Ter vergelijking: het eigen vermogen bedroeg eind 2017 € 13,5 mln.
Doordat GGN vorig jaar een verlies heeft geleden van € 1,8 mln zijn de middelen om aandeelhouders uit te kopen zeer beperkt. GGN moet als deurwaardersorganisatie, die onder toezicht staat, bovendien voldoen aan bepaalde minimale kapitaalbuffers. Het betekent dat GGN en de groep potentiële vertrekkers voorlopig tot elkaar veroordeeld zijn.
Bestuursvoorzitter Van Loon legt uit dat het probleem is terug te leiden op de fusie in 2009. Bij die fusie is afgesproken dat uitredende aandeelhouders recht hebben op een vast bedrag, ongeacht de ontwikkeling van de markt en de waarde van de onderneming. GGN is inmiddels aanzienlijk minder waard dan in 2009, maar toch moet het kantoor de vertrekkers het volle pond betalen.

Een fout
Dat de waarde van het bedrijf niet voldoet aan de verwachtingen ten tijde van de fusie blijkt ook uit de jaarrekeningen. GGN heeft tot twee keer toe een afboeking moeten doen op de goodwill die destijds bij de fusie is geboekt. In 2014 ging het om een bedrag van € 15 mln, en in 2017 nog eens € 4,7 mln. ‘Dat vastklikken van de prijs destijds was een fout’, zegt Van Loon nu.
De veronderstelling dat de vertrekkers het vertrouwen in de onderneming kwijt zijn, klopt niet, zegt Van Loon. Het gaat volgens hem in de eerste plaats om aandeelhouders die met pensioen gaan. Daarnaast zijn er voorheen zelfstandige deurwaarders afkomstig uit het mkb, die maar moeilijk kunnen wennen aan de manier van werken bij het grote bedrijf GGN.

Ondernemingskamer
De spanning tussen GGN en zijn aandeelhouders heeft inmiddels ook tot een rechtszaak geleid bij de Ondernemingskamer. Een aandeelhouder die weg wil bij GGN en recht heeft op € 6 mln, tekende bezwaar aan tegen de boekhoudkundige behandeling van zijn belang door GGN. De statuten schrijven voor dat als GGN een uitstappende aandeelhouder niet kan betalen, het belang in een lening wordt omgezet.
Nadat het bedrijf het belang van deze aandeelhouder twee jaar achter elkaar als vreemd vermogen op de balans had gezet, besloot GGN in 2016 de € 6 mln weer gewoon bij het eigen vermogen op te tellen.
GGN zegt daartoe te hebben besloten omdat er geen overeenstemming kon worden bereikt met de aandeelhouder over de voorwaarden van de lening en na advies van haar accountant. In een uitspraak van eind juni tikt de Ondernemingskamer GGN op de vingers: het bedrag dat de aandeelhouder te goed heeft moet toch echt als lening geboekt worden.
Waarom de aandeelhouder deze zaak aanspande wordt niet duidelijk uit het vonnis. Een mogelijkheid is dat hij bij eventueel faillissement niet als aandeelhouder maar als schuldeiser behandeld wil worden. Dat geeft theoretisch een grotere kans op een uitkering.

Bron: fd.nl